Zo… dat heeft lang geduurd! Ik zie op de website dat het laatste verhaal alweer vier weken geleden is. Wat is er gebeurd?! Nou, een hele hoop! De afgelopen weken hebben we veel meer gereden dan daarvoor. Onze kilometerstand staat inmiddels op bijna 10.000 kilometer en ik vertel je graag wat we de afgelopen weken allemaal hebben meegemaakt.
Het laatste verhaal eindigde met: “Richting het eiland Senja!” En wauw, wat een aanrader! Senja vonden we in één woord GEWELDIG. We hadden het weer enorm mee en dat heeft daar zeker aan bijgedragen.
Senja is het op twee na grootste eiland van Noorwegen en staat bekend als een iets rauwere en minder toeristische versie van de Lofoten. Vanaf ons wildkampeerplekje rijden we via de brug Senja op. De toppen worden steeds hoger en spitser en we kijken onze ogen uit. Na een uur komen we bij een uitzichtpunt met een prachtig uitzicht. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de meiden elkaar op dat moment in de haren vliegen, dus echt genieten lukt niet. Maar wauw, wat een toffe vibe heeft Senja!
Modder!
Die middag maken we onze eerste wandeling op Senja. Op de grens van Zweden en Finland heb ik enorme wandelklompen gekocht, omdat ik op zoek was naar goede waterdichte schoenen. Maar vanwege de zon besluit ik mijn gympen aan te trekken. We lopen een steile helling op en het uitzicht wordt steeds spectaculairder. Ook begint het pad langzaam te veranderen in een modderrivier. Steeds vaker moeten we sluiproutes nemen om niet door de dikke modderplassen te hoeven lopen.
Na het behalen van de eerste top gaan we verder. We moeten een klein stukje afdalen en komen in een heel drassig moerasstuk. Er liggen houten vlonders op de grond, maar die liggen inmiddels óók in de modder. Aimée en ik geven het een kans en Lieve loopt achter ons aan. Op een gegeven moment verstapt Lieve zich. Je ziet de vlonders namelijk nauwelijks meer. Ze komt tot boven haar knie in de modder terecht.
Na wat trekken krijgen we haar been los en gelukkig zit haar schoen nog aan haar voet. We overleggen wat we moeten doen en besluiten tientallen meters van het pad af te gaan. We staan tot onze enkels in het water en de modder, maar uiteindelijk komen we erdoorheen!
Achter ons loopt een Spaans koppel. De man kiest meteen voor een omweg, maar de vrouw kiest de vlonders. Twintig seconden later horen we een gil en ook zij zit vast in de modder. Gelukkig kan ze er zelf om lachen! 🙂
We lopen nog een tijdje verder, maar de energie is op. We keren om en mogen dus weer door het moeras. Gelukkig hebben we nu wat ervaring en kiezen we voor natte voeten in plaats van de diepe blubber. Na anderhalf uur zijn we beneden en belonen we onszelf met lekkere burgers.
Helaas is Senja niet zo dik bezaaid met horecagelegenheden, dus voor die burgers moeten we bijna een uur rijden. Onderweg, met vooral hele smalle stukken, komen we ook veel tunnels tegen. Veel van deze tunnels zijn kilometers lang en maar één auto breed. Om de paar honderd meter is er een uitsparing waar je kunt wachten als er tegemoetkomend verkeer komt. Af en toe best spannend als we met de camper ineens op een vrachtwagen stuiten en achteruit moeten rijden in het donker.
Hesten
We hebben de smaak te pakken en de volgende dag gaan we een nieuwe berg beklimmen: de Hesten. Vraag Lisette hier niet naar… 🙂 Het eerste gedeelte is steil, maar goed te bewandelen. Ik heb dit keer wél mijn wandelklompen aangetrokken en nu zie je… nergens modder.
Na ongeveer een uur lopen komen we bij een prachtig panoramapunt. We eten wat en zien dat dit nog niet de echte top van de Hesten is. Lisette ziet het niet helemaal zitten, maar ik moedig iedereen aan om het toch te proberen zolang het kan.
We moeten over grote rotsblokken klimmen en het wordt steeds steiler. De afgrond wordt dieper en in een specifieke volgorde klimmen we naar boven. Op een gegeven moment wil Lisette niet meer. Eenmaal iets meer tot rust gekomen, gaan we toch verder. Het is spannend, maar we halen de top. We zitten op een rotspunt en het uitzicht is spectaculair. We kijken uit op de Segla, een nog hogere berg met een afgrond die honderden meters recht naar beneden loopt.
Met lichte vrees gaan we weer naar beneden. Het afdalen is waarschijnlijk nog spannender, maar na twintig spannende minuten zijn we weer op iets vlakker terrein, zonder directe afgrond onder ons. We leven nog!
Als ik vraag hoe Lisette er nu over denkt, nu we het gedaan hebben, komt er niet echt een positief antwoord. Het was voor haar echt op of net over de grens. Maar ik ben supertrots dat ze over haar angst durfde heen te stappen.
Na de Hesten rijden we richting het zuidwesten van Senja. Daar vertrekt een boot naar Andenes. Dit is het eiland boven de Lofoten. De boot vertrekt maar twee keer per dag, om 11.00 en 19.00 uur. We besluiten vlak bij de boot te parkeren en maken lasagne in de pan. Na het eten kijken we naar een mooie zonsondergang. Wat is het weer deze twee dagen mooi. We boffen!
De boot naar Andenes…
De volgende dag worden we redelijk vroeg wakker. We staan op een paar kilometer van de haven, dus we hoeven ons niet te haasten. Denken we dan nog.
Op een gegeven moment leest Lisette wat reviews van de veerdienst. Er zijn veel 1-ster reviews van mensen die de boot missen omdat het veel te druk is. We krijgen stress en besluiten zonder ontbijt en in onze pyjama naar de haven te rijden.
Het is kwart voor negen als we aankomen en het is helemaal vol! Er zijn vijf rijen, met een extra rij erachter. Wij staan al twee campers achter de extra rij. Verbaasd stappen we uit en beginnen te kletsen met de camper voor ons.
Achter ons stopt een auto. Het blijken Nederlanders te zijn die we vier dagen eerder ook op een andere ferry hadden ontmoet. Toen stonden ze precies voor ons. We peppen elkaar op en houden moed dat we het net gaan redden.
Om half elf komt er een grote bus aanrijden. Deze haalt iedereen in en gaat vooraan op de lege busrij staan. Op dat moment verlies ik het vertrouwen dat we nog op de boot mee mogen. Omrijden naar de Lofoten is acht uur, dus dat zien we ook niet echt zitten.
Als de boot komt, wachten we angstvallig af. Het inladen is een bijzonder tafereel. Auto’s mogen eerst, daarna kleine campers enzovoort. In elk hoekje van het ruim wordt een auto gepropt. We schuiven langzaam op en komen op de eerste rij terecht. Er staat nog één camper voor ons. Er mag nog één auto mee. Na vijf minuten passen en meten gaat de klep toch niet dicht en moet de auto alsnog terug. Daar staan we dan… als tweede camper. 🙁 Als die bus er nou niet geweest was… Maar ja, aan “als” heb je niks.
Wat gaan we doen? We besluiten dat omrijden geen zin heeft en laten onze camper staan. Het is zes uur tot de volgende boot. In de tussentijd wandelen we, spelen we spelletjes en eten we wat.
Om 19.00 uur komt de volgende boot. Rond 15.00 uur waren de rijen alweer vol en langs de weg, achter de rijen, staan alweer tientallen auto’s en campers die het niet gaan halen. Nu vragen mensen óns of wij denken dat ze het gaan halen. Gelukkig hoeven wij ons geen zorgen meer te maken.
Rond tien over zeven varen we de haven uit. De zee is behoorlijk ruw en ik merk dat ik zeeziek word. Ik wissel de zitplaatsen af met het dek om zoveel mogelijk frisse lucht te krijgen. Na twee uur komen we aan in de haven van Andenes. Ik ben blij, want erg lekker voel ik me niet. We parkeren de camper vlak bij de haven, want de volgende dag staat ons een nieuwe boottocht te wachten.
Walvissen spotten!
Vandaag gaan we weer met de boot. We gaan op zoek naar walvissen! Andenes blijkt daarvoor een van de meest geschikte plekken in Noorwegen te zijn.
We checken in en komen op een grotere boot met ongeveer veertig mensen. Er zijn een aantal enthousiaste begeleiders. Een van hen komt uit Australië en blijkt in Nederland geboren te zijn. Heel enthousiast spreekt hij een paar woorden Nederlands.
We gaan op pad en na een half uur varen blijven we stil op zee liggen. In dit gebied kom je voornamelijk potvissen tegen. Om specifieker te zijn: volwassen mannelijke potvissen van dertig jaar of ouder. Nou ja, mannetjes… ze worden achttien tot twintig meter lang, dus zeg gerust mannen.
Na tien minuten zien we witte rookwolkjes boven het water. Het blijkt een potvis te zijn! Potvissen zwemmen ongeveer vijf tot tien minuten aan de oppervlakte om vervolgens weer twintig tot dertig minuten onder water te blijven.
We blijven de potvis volgen tot hij naar beneden duikt. We zien de iconische staart boven het water komen en het voelt heel indrukwekkend om te zien hoe groot deze beesten zijn.

Mijn zeebenen beginnen weer op te spelen en ik begin me misselijk te voelen. Ik verblijf zoveel mogelijk op het dek en achter op de boot. Na een tijdje spotten we weer een potvis en het verhaal herhaalt zich. We volgen hem en zien na een tijdje de mooie staart weer bovenkomen.
Na twee à drie potvissen ben ik echt misselijk geworden en ben ik blij dat er zakjes aan boord zijn. In totaal zien we vijf potvissen voordat we terugkeren. Ik ben blij dat we teruggaan, want ook de eerste uren aan land ben ik nog wiebelig.
We besluiten naar Bleik te rijden, waar een camping ligt. Er ligt ook een prachtig strand. Het weer begint nu minder te worden. Het waait hard en ik haal de sup van het dak, bang dat die in een vlieger verandert.
De volgende dag is het slecht weer. We blijven lekker op de camping. We kijken een film, de meiden doen wat schoolwerk en spelen op het strand. Op dat moment ben ik nog in de veronderstelling dat we al op de Lofoten zijn, maar na een gesprekje met iemand op de camping kom ik erachter dat de Lofoten pas honderden kilometers zuidelijker beginnen.
Na een dagje camping besluiten we direct naar de Lofoten te rijden. Hoe dat was, lees je in het volgende verhaal!









































































